Een dashboard verandert niets. De actie erna wel.

Geplaatst door CorporatieMedia op
 

De leegstand loopt op. Het aantal klantvragen neemt toe. Reparatieverzoeken blijven langer openstaan. Voor al deze onderwerpen is data beschikbaar. Vaak zelfs in overzichtelijke dashboards. Toch blijft daarna vaak dezelfde vraag over: en nu?

Business Intelligence is de afgelopen jaren uitgegroeid van een rapportagetool naar een stuurmiddel. Niet het dashboard zelf maakt het verschil, maar de keuzes die je op basis van die informatie maakt. Welke KPI's helpen je écht vooruit? Wanneer heb je voldoende inzicht? En hoe voorkom je dat je vooral meet wat makkelijk meetbaar is?

In dit blog nemen we je mee in de ontwikkelingen die we momenteel zien bij woningcorporaties en laten we zien waarom BI uiteindelijk niet draait om cijfers, maar om betere beslissingen.

Data helpt om betere keuzes te maken
De behoefte aan betrouwbare informatie groeit. Organisaties willen steeds beter begrijpen wat er in hun organisatie gebeurt en waar mogelijkheden liggen om processen te verbeteren.

Denk bijvoorbeeld aan leegstand: hoe ontwikkelt deze zich, waar zitten knelpunten en welke acties hebben effect? Of aan klantcontact: hoeveel vragen komen binnen, hoe snel worden deze afgehandeld en wat zegt dat over de dienstverlening?

Juist daar zit de kracht van Business Intelligence. Data helpt om ontwikkelingen zichtbaar te maken en patronen te herkennen die anders misschien verborgen blijven. Daarbij is het belangrijk dat de informatie waarop je stuurt betrouwbaar en eenduidig is. Een centrale databron zorgt ervoor dat iedereen binnen de organisatie naar dezelfde informatie kijkt en vanuit hetzelfde vertrekpunt beslissingen neemt.

Maar inzicht alleen is niet voldoende. De echte waarde ontstaat wanneer organisaties de stap maken van signaleren naar verbeteren.

Een goede KPI zet aan tot handelen
Business Intelligence en KPI's horen onlosmakelijk bij elkaar. KPI's helpen organisaties om focus aan te brengen en gericht te sturen. Maar een goede KPI begint niet met de vraag: wat kunnen we meten? De belangrijkste vraag is: waar willen we daadwerkelijk op verbeteren?

Neem bijvoorbeeld de bereikbaarheid van een organisatie. Het doel kan zijn om klantvragen binnen drie werkdagen te beantwoorden. Dat is pas waardevol als de organisatie vervolgens kijkt wat nodig is om dat doel te bereiken. Moet het werk anders worden verdeeld? Is extra capaciteit nodig? Of kunnen processen slimmer worden ingericht?

Een KPI maakt prestaties zichtbaar, maar helpt vooral om het gesprek over verbetering te voeren. Daarom is misschien wel de belangrijkste vraag bij iedere KPI: Wie doet er wat anders zodat het cijfer verandert? Het grootste probleem is daarbij zelden een gebrek aan dashboards. Veel vaker ontbreekt eigenaarschap. Iedereen ziet hetzelfde cijfer, maar niemand voelt zich verantwoordelijk om het te verbeteren. Pas wanneer een KPI een eigenaar heeft en leidt tot concrete acties, ontstaat echte verbetering.

Meer dashboards vraagt ook om meer focus
Naarmate BI zich verder ontwikkelt, groeit vaak ook het aantal dashboards. Dat biedt veel mogelijkheden, maar vraagt tegelijkertijd om keuzes. Verschillende dashboards voor hetzelfde onderwerp kunnen zorgen voor verschillende inzichten. Welke cijfers zijn leidend? Welke definitie gebruiken we? En kijken alle afdelingen eigenlijk naar dezelfde informatie?

Voordat organisaties dashboards gaan ontwikkelen, is het belangrijk om een duidelijke visie op data te hebben. Welke rol speelt data binnen de organisatie? Welke beslissingen willen we ermee ondersteunen? En hoe zorgen we ervoor dat iedereen op dezelfde manier naar informatie kijkt? Een heldere datavisie helpt om keuzes te maken over KPI's, definities, eigenaarschap en de inrichting van dashboards. Zo voorkom je dat verschillende afdelingen ieder hun eigen rapportages ontwikkelen en stuurinformatie versnipperd raakt.

Daarom is het belangrijk om data centraal te organiseren en definities goed vast te leggen. Eén betrouwbaar dashboard waarin de belangrijkste informatie samenkomt, geeft vaak meer waarde dan een veelvoud aan rapportages. Business Intelligence draait niet om zoveel mogelijk grafieken, maar om betrouwbare informatie waarmee de organisatie gericht kan verbeteren.

AI maakt een sterke BI-basis alleen maar belangrijker
AI krijgt momenteel veel aandacht en gaat ook binnen Business Intelligence een steeds grotere rol spelen. Het maken van analyses en visualisaties wordt hierdoor sneller en eenvoudiger.

Maar de kwaliteit van de uitkomst blijft afhankelijk van de kwaliteit van de bron. Wanneer definities niet helder zijn of data niet betrouwbaar is, kan AI daar geen goede analyse van maken. Een sterke BI-fundering wordt daarom juist belangrijker.

De rol van BI-professionals verandert daarmee ook. Minder tijd besteden aan het bouwen van grafieken, meer aandacht voor datakwaliteit, datamodellen en het creëren van één betrouwbare informatiebron. Oftewel: straks wordt het steeds makkelijker om een dashboard te maken. De uitdaging blijft om ervoor te zorgen dat de informatie erachter klopt. Garbage in, garbage out, geldt ook voor AI.

Een dashboard is nooit af
Een dashboard wordt soms gezien als een eindproduct. Maar in de praktijk is het opleveren van een dashboard geen punt, maar een komma. Organisaties veranderen, processen ontwikkelen zich en informatiebehoeften groeien mee. Een dashboard dat vandaag perfect aansluit, kan morgen alweer vragen om nieuwe inzichten of andere KPI's.

BI is daarom geen eenmalig project, maar een continu proces van verbeteren. Want uiteindelijk geldt ook voor Business Intelligence: Als het af is, is het niet af.

Bron: BE Impulse, Foto: BE Impulse