Sander Heinsman en Dorothée Jansen – Van Leeuwen (Portaal): Dakloosheid is in Nederland geen onoplosbaar probleem: het is een keuze

Geplaatst door CorporatieMedia op
 

“Jongerendakloosheid is in Nederland geen natuurverschijnsel, maar het pijnlijke resultaat van hoe wonen is georganiseerd.” Dat zeggen Sander Heinsman, voorzitter Raad van Bestuur Portaal en Dorothée Jansen – Van Leeuwen, Lead Strategisch Programmamanagement bij de woningcorporatie. In gesprek met CorporatieGids Magazine leggen zij uit waarom dakloosheid geen noodlot is, maar een beleidskeuze, en hoe het huidige systeem van woonruimteverdeling vooral insiders beloont: “In Nederland krijg je, als je uit de jeugdzorg komt, op je achttiende een groot cadeau van de overheid: je wordt dakloos.”

Als volkshuisvester ben je iedere dag bezig met fijne en betaalbare woningen, voor mensen die daar behoefte aan hebben, begint Sander het gesprek: “Iedereen wil een fijn thuis, maar bij onze jongeren is er iets bijzonders aan de hand: als je achttien wordt en uit de jeugdzorg komt, krijg je een groot cadeau van de overheid: je wordt dakloos. Uit onderzoek weten we hoe ernstig dat is, want een dakloos iemand van 35 jaar is gemiddeld net zo ongezond als iemand van 70. De levensverwachting van iemand die dakloos is, is slechts 47 jaar, waarmee het net zo dodelijk is als kanker.”

Geopende ogen
Dat toekomstbeeld is het laatste wat je jongeren toewenst, vervolgt Sander. “Bij Portaal werken we al langer met Gemengd Wonen-projecten waarin we zien dat het oplossen van dit probleem vooral begint bij het bieden van een huis, maar wat voor ons echt de ogen heeft geopend is de samenwerking met Housing First, een organisatie die zich inzet om dakloosheid in Nederland te beëindigen en sinds 2023 bij ons gratis kantoorruimte krijgt. Die samenwerking heeft voor nog meer focus op het onderwerp gezorgd en ertoe geleid dat we met een kritische blik naar het systeem zijn gaan kijken, waar we als volkshuisvesters onderdeel van uitmaken.”

Omgekeerde volkshuisvesting
Het huidige systeem van woningtoewijzing is volgens Dorothée een systeem van omgekeerde volkshuisvesting: “Momenteel wordt degene beloond die het langst wacht, in plaats van bij wie de nood het hoogst is. In dit systeem wachten de meest kwetsbare mensen het langst op een woning. Toen we dat inzicht met elkaar hadden, hebben we ons met onze partners vol gecommitteerd aan de oplossing ervan. En die oplossing is relatief eenvoudig: verander de spelregels en geef dak- en thuisloze jongeren met voorrang een woning. Dat levert een enorme maatschappelijke winst op, zowel op menselijk vlak als in harde kosten, zonder dat de huidige woningmarkt onevenredig wordt belast.”

Jongerendakloosheid
“Onder de definitie ‘jongerendakloosheid’ valt het niet hebben van een dak of veilige omgeving om in te wonen,” gaat Dorothée verder. “Deze doelgroep kan niet op een veilige manier bij hun ouders terecht. Het gaat dus niet om jongeren die in een andere stad studeren en geen kamer kunnen vinden; deze groep kan immers bij hun ouders verblijven, al is het onpraktisch. Dakloze jongeren wonen nu vaak op onconventionele plekken zoals bergingen, bootjes, tijdelijk bij vrienden of in de jongerenopvang, en zijn tussen de 18 en 27 jaar oud. Jongeren die recht hebben op opvang, hebben in de regel een WMO-indicatie. Dan heeft de gemeente dus besloten dat je zorg nodig hebt, bijvoorbeeld omdat je verslaafd bent of psychisch uitgedaagd bent. De meeste jongeren worden gezien als zelfredzaam en krijgen dus geen WMO-indicatie en dus geen opvang. Dit heeft ermee te maken dat dakloosheid gezien wordt als een zorgprobleem, en niet als een woonprobleem.”

Verdubbeling sinds 2008
Op de vraag hoe groot het probleem is, geeft Sander aan dat het lastig te schatten is: “Je kunt gebruikmaken van bijvoorbeeld gerapporteerde CBS-cijfers, maar dat is altijd een onderschatting. De Hogeschool Utrecht heeft een ETHOS-telling gehouden en die cijfers gebruiken we. Zo komen we in Nijmegen op 184 jongeren en in Leiden op 212 jongeren. In Arnhem zijn er 63 jongeren geteld, al ligt het werkelijke aantal hoger omdat niet iedere jongerenorganisatie meedeed aan het onderzoek. In Utrecht schatten we dat tussen de 300 en 400 jongeren dakloos zijn. Dat betekent onder andere dat het aantal daklozen sinds 2008 is verdubbeld en dat het – als je de tellingen doorrekent – het over duizenden dakloze jongeren in Nederland gaat.”

Een woonprobleem
Het aanpakken van jongerendakloosheid is volgens Portaal een woonvraagstuk, gaat Sander verder: “Als je kijkt naar de mensen die langdurig dakloosheid hebben ervaren en door een WMO-indicatie in de maatschappelijke opvang zijn beland, is er vaak wel sprake van een zorgvraag. En ook hier werken we nauw samen met organisaties als Housing First omdat we geloven dat wonen ook hier de eerste stap is naar een fijn leven. Maar voor de jongeren zonder WMO-indicatie geldt dat ze zeer veerkrachtig zijn en letterlijk een woonprobleem hebben, waardoor de insteek anders is. Vaak zijn ze geholpen met alleen een woning. Als zij in de reguliere rij van woningzoekenden belanden, maken ze op basis van wachttijd geen kans op een woning. Hooguit lukt het soms via loting. Wanneer ze wél een WMO-indicatie krijgen, kan het alsnog zo’n drie tot acht jaar duren eer ze aan de beurt zijn. Dat zijn jaren waarin ze niet kunnen beginnen met het opbouwen van hun leven door naar school te gaan, te werken of een netwerk te bouwen in een fijne leefomgeving.”

“De preventieve werking van het hebben van een woning is enorm. Een rustige, veilige plek om te wonen zorgt ervoor dat dakloze mensen sneller weer maatschappelijk mee kunnen doen, wat weer een hele keten aan positieve gevolgen heeft. Schulden worden eerder aangepakt, mensen gaan sneller aan het werk en kunnen – als ze een veilige plek hebben – op tijd zorg krijgen, in plaats van acute, ongeplande en dure zorg.”

Nul dakloze jongeren in 2028
Voor Portaal is het doel rond jongerendakloosheid helder: ‘nul dakloze jongeren in onze steden in 2028’. Dorothée: “Deze ambitie wordt gedeeld door het gros van de corporaties die aangesloten zijn bij De Vernieuwde Stad. En we moeten wel: Nederland heeft zich gecommitteerd aan het Verdrag van Lissabon en onze overheid heeft het Nationaal Actieplan Dakloosheid opgesteld. Hierin staat dat dakloosheid opgelost moet zijn in 2030. We hebben dus een gezamenlijke taak om dakloosheid aan te pakken. Het is een groot, collectief probleem dat we samen niet moeten willen laten bestaan. En het is verre van een onoplosbaar probleem: het is een keuze.”

Stoelendans
Op de vraag wat daarmee wordt bedoeld, legt Sander uit: “De eerste stap is simpel: er moeten meer stoelen in de kring komen te staan. Oftewel; meer woningen bouwen voor starters en jongeren. Dat betekent focussen op kleine en betaalbare woningen, in plaats van grote huizen voor doorstromers. Ook het beter benutten van de bestaande ruimte – door bijvoorbeeld zachte splitsing en het stimuleren van woningdelen – biedt enorme kansen om mensen versneld een huis te bieden. Zo berekende Platform31 dat woningcorporaties binnen hun bestaande voorraad in de komende tien jaar zo’n 170.000 extra woonruimten kunnen toevoegen door woningdelen en woningsplitsen.”

“Daarnaast moeten we kritisch kijken naar ons huidige woonruimteverdeelsysteem. Dit is namelijk een stoelendans voor insiders die werkt op inschrijftijd en degene die het langst wacht beloont, in plaats van degene die het hardst op zoek is. Woningen worden toegewezen op basis van inschrijf- of woonduur, wat mensen beloont die vanuit de luxe van een eigen woning zoeken naar meer woongenot. Deze ‘kwaliteitszoeker’ is kritisch, waardoor woningen vaker worden geweigerd, wat leegstand verergert. En dat heeft effect: als wij als Portaal de gemiddelde leegstand met één dag zouden kunnen terugdringen, zouden er op jaarbasis al vier extra woningen vrijkomen.”

Voorkomen moet prioriteit worden
Dorothée knikt en vervolgt: “Als we deze stoelendans willen stoppen, moet het voorkomen van dakloosheid prioriteit worden bij al onze beleidskeuzes en het maken van nieuwe spelregels voor woonruimteverdeling. Denk aan loting of het direct toewijzen van twee procent meer sociale huurwoningen aan dakloze jongeren. Ook kijken we naar voorbeelden in het land zoals het nieuwe woonruimteverdeelsysteem bij Tiwos. Hier is een rij met woonwensers en een rij spoedzoekers. Door de focus te verschuiven van inschrijftijd naar persoonlijke omstandigheden, krijgen mensen in een kwetsbare positie een eerlijke kans op een woning.”

Samenwerking met stakeholders
De focus op dit Wonen Eerst-beleid vraagt wel om goede afspraken met stakeholders: “Het inkomen van een jongere tussen de 18 en 21 jaar is immers onvoldoende om van rond te komen. De bijstand is bijvoorbeeld rond de 320 euro per maand en deze groep heeft geen recht op huurtoeslag. We moeten dus aan de inkomenskant goede afspraken maken per gemeente, omdat je niet wilt dat ze door een betalingsachterstand en huisuitzetting alsnog op straat komen te staan. Een ander voorbeeld is dat we in Nijmegen hebben afgesproken dat alle jongeren minimaal een half jaar begeleiding hebben vanuit het Wonen Eerst Jongvolwassenen-team, zodat jongeren die hun ouders niet kunnen bellen met vragen wel gebruik kunnen maken van een veilig en vertrouwd netwerk. Jongerendakloosheid mag dan wel primair een woonprobleem zijn; de samenwerking met stakeholders is essentieel in de oplossing ervan en iets dat een brede aanpak over meerdere beleidsterreinen vereist.”

Kennisdeling
Naast samenwerken met stakeholders ziet Dorothée ook veel potentieel in de kennisdeling met collegacorporaties: “Er heerst binnen de DVS-corporaties een enorme drive om dit probleem op te willen lossen. Ook in Aedes-verband merken we dat hier steeds meer aandacht voor is. We kunnen heel veel van elkaar leren, omdat sommige corporaties op bepaalde gebieden heel vooruitstrevend zijn. Denk bijvoorbeeld aan hoe de Alliantie hun nieuwbouwopgave aanpakt, hoe Tiwos haar woningen verdeelt en hoe Talis zich hard maakt voor betere benutting van haar bezit. We beschikken over veel kennis in de sector en hebben alle ingrediënten om jongerendakloosheid op te lossen, als we van elkaar willen en durven te leren.”

Praktische stappen
De doelstelling voor Portaal ligt zoals gezegd op nul dakloze jongeren in 2028. Dorothée: “We zijn in de gemeenten waarin we actief zijn nu aan het kijken hoe we dat kunnen vertalen naar praktische stappen. Zo zijn in Arnhem en Nijmegen de afspraken bijna rond en willen we in Nijmegen jaarlijks vijftig dakloze jongeren huisvesten via het Wonen Eerst-beleid. In Utrecht is er na contact met ons en Housing First een raadsmotie aangenomen die opdraagt om via Wonen Eerst de problematiek aan te pakken, en in de andere regio’s gaan we in gesprek om het probleem scherp te krijgen voor de komende raadsverkiezingen.” Sander vervolgt: “Daarnaast willen we met methoden als woningdelen, zachte splitsing, optoppen en hospita-verhuur de komende jaren snel meer woonruimte creëren voor deze doelgroep, bovenop de duizend woningen die we jaarlijks willen bijbouwen. Het gaat om honderd extra sleutels dit jaar tot tweehonderd extra sleutels in 2028 en erna.”

Dakloosheid is een keuze
Dakloosheid is een keuze, sluit Sander het gesprek af: “Dat betekent dat we het probleem kunnen oplossen. Dit probleem wordt echter groter als we het huidige woonruimteverdeelsysteem niet aanpakken. Dit sluit simpelweg niet meer aan bij de huidige woningmarkt en het voortwoekeren van de wooncrisis maakt dat mensen met alledaagse pech in het leven op straat komen te staan. Scheiden of je baan verliezen was nog nooit zo gevaarlijk, voor ouders én kinderen. Met de toegenomen vraag naar passende woonruimte, door de demografische ontwikkelingen van kleinere eenheden, gebrek aan doorstroming en een nog jaren tekort aan woonruimte, zal het aantal dakloze mensen alleen maar toenemen. Aan ons de taak om er alles aan te doen dat te voorkomen. En dat kan.”

Bron: CorporatieGids Magazine, Foto: Theo Scholten