Nederland zegt dat het een woningtekort heeft. Maar de echte reden dat we honderdduizenden woningen niet bouwen, ligt dieper: we houden krampachtig vast aan de mythe van betaalbaarheid.
Het debat over wonen draait al jaren om één vraag: is het betaalbaar? Maar die vraag wordt verkeerd gesteld. Als volkshuisvesters zijn we er om betaalbare woningen te bouwen, maar wat vaak ontbreekt, is het grotere plaatje: betaalbaar voor wie, en ten koste van wat? Huren verhogen lijkt daarbij het grootste taboe.
De gevolgen zijn inmiddels zichtbaar. Jongeren blijven noodgedwongen thuis wonen, middeninkomens vallen tussen wal en schip en steeds meer mensen staan volledig buiten de woningmarkt. Dat zijn de echte kosten van ons beleid. We beschermen de betaalbaarheid van de huidige bewoners, maar blokkeren daarmee de toegang voor de volgende generatie.
De cijfers laten zien hoe scheef het systeem is geworden. Corporaties zijn de afgelopen vijf jaar gedaald van ongeveer 71 procent naar circa 62 procent van de maximale huur volgens het woningwaarderingsstelsel (WWS). Daarmee geven we een steeds grotere impliciete korting op wonen. Dat klinkt sociaal, maar heeft een prijs. Want veel van deze huurders hebben hun inkomen zien stijgen, tot soms ver boven de sociale huurgrens, en hebben die huurkorting vaak al lang niet meer nodig. Terwijl die korting betekent dat jaarlijks miljarden aan investeringsruimte onbenut blijven. Geld dat ingezet had kunnen worden voor nieuwbouw en dat niet wordt bijgepast door het Rijk.
Tegelijkertijd subsidiëren we betaalbaarheid op de koopwoningmarkt met hypotheekrenteaftrek, lage belastingen op eigen woningbezit en belastingvrije waardestijgingen juist massaal. Zo vergroten we de ongelijkheid tussen huurders en kopers, terwijl iedere discussie over een eerlijkere verdeling van woonlasten in de huursector direct als onbetaalbaar wordt bestempeld.
Dat wringt. Uit recente inzichten van het Nibud blijkt dat huren tot ongeveer 80 procent van de maximale WWS-huur voor vrijwel alle sociale huurders betaalbaar blijven. Er is dus ruimte om huren voor huishoudens die dat kunnen dragen verantwoord te verhogen, zonder dat zij in de problemen komen. Toch kiezen we ervoor dat niet te doen. Daarmee maken we een politieke keuze die zelden zo wordt benoemd: we geven voorrang aan lage woonlasten voor insiders mét een huis én een hoger inkomen, boven toegang tot wonen voor outsiders zonder huis.
Den Haag wentelt hiermee een eigen verantwoordelijkheid af. Het is immers primair aan de Rijksoverheid om via inkomensbeleid wonen betaalbaar te houden, niet om investeringskracht uit de volkshuisvesting te halen ten koste van woningzoekenden.
Het resultaat in één woord: schaarste. En in een schaarse markt wordt wonen uiteindelijk voor iedereen minder bereikbaar, maar vooral voor degenen die nog geen woning hebben.
We hebben daarom niet in de eerste plaats een betaalbaarheidsprobleem, maar een ongelijkheidsprobleem: tussen generaties, tussen huurders en kopers, en tussen mensen met en zonder woning.
Dat vraagt om maximale inzet op uitbreiding van het woningaanbod. We moeten erkennen dat betaalbaarheid geen absoluut doel is, maar onderdeel van een bredere maatschappelijke afweging.
Voor woningcorporaties betekent dit dat het taboe op hogere huren voor wie dat kan betalen, moet verdwijnen. Niet omdat zij winst willen maken, maar omdat zij moeten kunnen investeren.
Want elke euro die vandaag niet wordt gevraagd, is een woning die morgen niet wordt gebouwd.
Sander Heinsman is bestuursvoorzitter Portaal
Bron: CorporatieGids Magazine, Foto: CorporatieMedia
Zoals ieder jaar was het een voorrecht om CorporatiePlein te mogen organiseren. En de 2025-editie, de vijftiende van het…
www.corporatieplein.nlCorporatieGids Magazine - September 2026 Inhoud Tim Standhart (Vidomes): Van AI-hype naar AI-houvast Maarten van Heugten (Autoriteit woningcorporaties):…
Zoek en vind leveranciers en adviesbureaus die IT-diensten en oplossingen aanbieden aan woningcorporaties.